Toen ik in verwachting was van onze dochter wist ik overduidelijk: ik ga borstvoeding geven. In mijn omgeving kreeg ik verschillende reacties. Van: goed, dat is het beste voor je kind, tot: daar ga je toch niet aan beginnen? Ook kwamen de verhalen: bij mij lukte het niet; ik had niet genoeg melk; ik vond het verschrikkelijk; ik stopte toen ik weer moest werken; enzovoorts. Ik zie borstvoeding als iets natuurlijks, had het idee dat dat mij wel makkelijk zou vergaan. Maar door de verhalen wilde ik me ook goed voorbereiden. Ik volgde yoga lessen met een pro borstvoedingslerares met veel goede tips, ik las boeken en online artikelen, ervaringen van andere moeders en we gingen naar een suffe borstvoedingsvoorlichtingsavond. Maar makkelijk, dat was het zeker niet. Ik heb me verbaasd, geïrriteerd en ook heel erg onzeker gevoeld. 

Voordat ik begin met een opsomming van redenen waarom borstvoeding zo goed voor het kind en de moeder is, die je ongetwijfeld wel eens hebt gehoord, wil ik mijn persoonlijke verhaal met jullie delen. Ik hoop hiermee andere vrouwen te inspireren en steunen, door te laten zien dat borstvoeding kan slagen, ook als het niet direct goed of vanzelf gaat. En natuurlijk waarom het het waard is om in dit geval niet op te geven.

Ik ben thuis bevallen. Het leek me mooi en fijn om in een vertrouwde, niet medische omgeving te zijn. Te kunnen staan, zitten, lopen, liggen zoals en wanneer ik dat wilde. Zonder pijnbestrijding. Het was heftig en zwaar – voor wie niet? – maar het ging goed. Het was fijn om thuis te zijn en onbeschrijfelijk bijzonder. Toen Ella was geboren, probeerde ik haar direct aan te leggen. Erg belangrijk voor het laten slagen van borstvoeding, zo had ik gelezen. Maar ze deed niks met mijn borst en ze kreunde. Sven bakte gehaktballen voor me, wat een mega honger had ik, en heel veel trek in vlees! We hebben gelachen en genoten. Toen ik voor de tweede keer naar het toilet ging verloor ik heel veel bloed. Te veel. De verloskundige vroeg of het goed ging, ik zei: ja hoor. Maar blijkbaar zag ik helemaal grijs. Er werd een ambulance gebeld en voor ik het wist waren we op weg naar het ziekenhuis. Ik vroeg nog: mijn dochter gaat toch wel mee?

Sven reed met onze dochter in de auto achter de ambulance aan. Dan kon de kinderarts gelijk even naar haar gekreun kijken. Het was een drukte in de kamer, mijn dochter ging mee met de kinderarts naar de couveuse afdeling. Ze had wat vocht in haar longen en daardoor moeite met ademhalen. Vandaar het gekreun. Tegen iedereen heb ik meerdere keren gezegd dat ik borstvoeding wilde geven. Heel erg vaak. En dat ik echt snel moest kolven omdat mijn dochter nu niet bij me was. De artsen verzekerden me dat dat wel goed zou komen, binnen 16 uur na de bevalling kon ik daar nog mee beginnen, eerst moest ik rusten. Met ruim 2 liter bloed minder had ik een zogenoemde fluxus, dus ik kreeg een infuus met vocht en moest rusten.

Sven ging ’s nachts een paar keer bij onze dochter kijken. Gelukkig ging het goed met haar, maar wat voelde ik me op die momenten eenzaam. En het plan: de baby zoveel mogelijk aanleggen en bij je houden, mislukte.

Wat als je je baby niet kunt aanleggen na de geboorte?

De volgende ochtend gaf ik meerdere keren aan: ik wil kolven. De baby aanleggen was niet mogelijk: ze lag aan een infuus, cpap (een apparaat dat lucht in haar longen blaast zodat ze op eigen kracht kan ademhalen) en had een sonde. Ja, ze kreeg kunstvoeding. Verschrikkelijk vond ik het. Maar de eerste prioriteit op een kinderafdeling is aansterken. En ik was vastbesloten om de borstvoeding ondertussen op gang te krijgen. Kolven dus. Hallo, ik wil kolven!

Gelukkig was ik in een ziekenhuis waar ze pro borstvoeding zijn. Maar ik vraag me af hoe het was gelopen als ik zelf niet zo vastbesloten was geweest. Dit was het eerste moment waarop ik het had kunnen opgeven.

Heb ik genoeg melk?

En daar ging ik, met mijn bed en kolfset werd ik naar onze baby gereden, om naar haar te kijken terwijl ik ging kolven. Ik had me goed ingelezen en ik wist dat de eerste melk, colostrum genoemd, heel vet en voedingsrijk is en dat de borstvoeding eerst op gang moet komen. Maar wat ik niet wist, was dat het slechts enkele druppels zijn. Na de eerste keer kolven, een kwartier, had ik geen melk. Om de drie uur kolfde ik en op een gegeven moment had ik na weer een kwartier kolven drie zielige, gele druppels. We zogen ze op met een pipetje, want ik wilde dat elk stofje bij mijn dochter terechtkwam. Ik voelde me onzeker: ik had toch wel genoeg melk?

Ook als de melkpoductie goed op gang is, kan die door verschillende redenen teruglopen. Bijvoeden met kunstvoeding – wat een consultatiebureau wel eens adviseert – werkt averechts. Borstvoeding is een kwestie van vraag en aanbod. Als je te weinig melk hebt, zul je simpelweg vaker moeten aanleggen zodat de productie toeneemt. Als je gaat bijvoeden met kunstmelk, daalt de vraag waardoor je juist nog minder melk zult produceren.

Fingerfeeding

Het drinken aan de borst kost voor een baby veel meer moeite dan het drinken uit een flesje. Als je noodgedwongen begint met een flesje, is het lastiger om je baby vervolgens aan de borst te laten drinken. Daarom begonnen we, zodra de sonde eruit was, met fingerfeeding. Een klein slangetje aan een donktersspuit waar de melk inzit, deed Sven samen met zijn vinger in het mondje van onze dochter. Ze moest zo harder zuigen om de melk eruit te krijgen. We begonnen met de druppels van mijn melk en vervolgens kwam de kunstvoeding. Ze dronk het gulzig op.

Ik ging stug door met kolven om de drie uur en de tweede dag na de bevalling is de oogst van een kwartier kolven 2cc. Niet veel, maar we zijn er blij mee. Ook mag onze dochter bij mij op de kamer. Door het vele bloedverlies kan ik nog niet lopen vanwege duizeligheid, maar rechtop zitten in een rolstoel gaat inmiddels. In het ziekenhuis zijn vaste voedertijden: ze maken baby’s dus ook wakker als het etenstijd is. We nemen ons voor om zodra we thuis zijn te voeden op verzoek, zoals we het bedacht hadden.

Eindelijk kunnen we beginnen met aanleggen. Maar onze dochter snapt er helemaal niks van. Ik had gelezen en gehoord: schakel een lactatiedeskundige in bij problemen. De lactatiedeskundige in het ziekenhuis heeft een dag later dienst, dus we vertellen tegen de zuster dat we de volgende dag een consult willen.
De kinderarts wil dat we de kunstvoeding opvoeren, maar wij zijn het daar niet mee eens. Als ze helemaal verzadigd is, waarom zou ze dan meer moeite doen om aan de borst te leren drinken? Ik weet nog dat we een keertje stiekem een beetje kunstvoeding uit de doktersspuit in het putje hebben gespoten. Haha.
Familieleden willen allemaal langskomen, maar ik ben extreem moe en ben nog steeds vastbesloten om de borstvoeding te laten slagen. Sven helpt en geeft aan dat ze moeten wachten. Alleen onze 8 ouders – de kersverse opa’s en oma’s – zijn al langs geweest.

Een baby moet leren drinken aan de borst

Ik had het idee dat het vanzelf zou gaan, borstvoeding geven. Een kwestie van instinct. Maar onze dochter snapt helemaal niks van dat aan de borst drinken. Waarschijnlijk komt dat door de interruptie en dat ze niet bij mij was de eerste uren. De zusters proberen te helpen met aanleggen. Door wisseling van dienst is er steeds een ander die mijn borst beetpakt. Van leuke dingen en lustobject naar melkmachine. Althans, zoveel melk komt er nog steeds niet. Steeds proberen we Ella aan te leggen en als ze gaat huilen, gaan we over op fingerfeeding met het beetje gekolfde melk, aangevuld met kunstmelk. Nog nooit hebben zoveel handen aan mijn borsten gezeten.

Op de derde dag is de oogst bij een kolfsessie 8cc. En wat voel ik me trots op dat kleine bodempje melk! Maar aan de borst drinken, dat lukt nog niet. De lactatiedeskundige adviseert het tongriempje te klieven: als die te kort is, kan de baby haar tongetje niet goed over haar onderlip leggen en dus niet goed aanhappen. Hij lijkt iets te kort en ze heeft inderdaad haar tongetje nog niet eerder uitgestoken. Ze neemt hierna wel een grote hap om te drinken, maar laat steeds weer los. We proberen verschillende borstvoedingshoudingen. De madonnahouding, de rugbyhouding, de doorgeschoven houding, de zijligging. Het mag niet baten.

Het tepelhoedje

De lactatiedeskundige adviseert een tepelhoedje, ze meet de goede maat aan. Dit blijkt heel belangrijk: van een te klein tepelhoedje kun je tepelkloven krijgen. En warempel, op de derde dag drinkt de kleine aan mijn borst, met een stuk silicone ertussen. Wat voel ik me trots!!! Ik moet elke dag minimaal 1 keer kolven om de productie goed op gang te krijgen en te houden. Door de tepelhoed wordt je tepelhof niet voldoende gestimuleerd en dat is essentieel voor de productie. Diezelfde avond mogen we naar huis. Met tepelhoed. En voor de zekerheid kunstvoeding, een doktersspuit en pipetje. Maar Ella drinkt vanaf dat moment alleen nog maar aan de borst met tepelhoed. Op dat moment ben ik ongelofelijk blij het het hulpstuk. Maar ik weet ook dat ik het zonder wil. De nadelen van de tepelhoed: ik moet nu elke dag blijven kolven, het tepelhoedje nat maken en op mijn borst plakken, die de baby er soms weer afduwt. Het tepelhoedje moet uitgekookt worden. En je moet hem altijd bij je hebben.

Hoe kom je van een tepelhoedje af?

Je komt er heel makkelijk aan: in de appgroep van de zwangerschapsyoga blijken ze er bijna allemaal een te hebben! Maar hoe je ervan af komt: bij mij was het verschrikkelijk. Ik ging op zoek naar tips. Eentje is: begin met tepelhoed, wacht op de toeschietreflex zodat de melk stroomt, haal de baby los door je pink in haar mondhoekje te duwen en probeer nu aan te leggen zonder tepelhoed. Wat een drama. Huilen en frustratie alom. En niet alleen bij mijn dochter. Daarbij was ik ook nog eens ongelofelijk moe. Steeds maar weer proberen en proberen. Wat had ik me dit anders voorgesteld! Ik ben een keer midden in de nacht naar buiten gelopen, om even bij te komen. Te schreeuwen. Alleen te zijn. Ook dit zie ik als een punt waarop we hadden kunnen opgeven. Ik vond het echt heel zwaar, vooral ’s nachts. Chapeau voor vrouwen bij wie het vanzelf is gegaan. Dat gun ik iedereen. Maar ik heb idee dat het bij veel vrouwen niet vanzelf gaat. Die zeggen dus: bij mij lukte het niet. En dat vind ik zo zonde. Zeker nu ik weet dat het echt beter wordt. En dat het uiteindelijk, als je de struggles hebt overwonnen, heel fijn en uniek is.

Pas toen onze dochter 5 weken oud was, waren we tepelhoedvrij. We hebben heel veel geoefend, maar uiteindelijk was het Sven die de oplossing had: het beter aanbieden van de borst, in een platgedrukte hamburger met de hand vanaf de andere kant. Het laten slagen van borstvoeding was niet gelukt als Sven niet ook zo betrokken en begripvol was geweest. De tepelhoed was nog zo’n fase waarin we hadden kunnen stoppen. Ik kan me ook echt heel goed voorstellen dat vrouwen er in zo’n periode genoeg van hebben of het niet meer trekken.

Ongemakken van borstvoeding

Want vooral in die eerste weken krijg je te maken met een aantal ongemakken. Als het aanhappen wel gelijk lukt en je niet te maken krijgt met de tepelhoed – wat ik voor iedereen hoop – dan krijg je wel te maken met stuwing: een paar dagen nadat de borstvoeding goed op gang komt, krijg je twee ronde stenen van borsten: ze zijn keihard, pijnlijk en MEGA groot. Je hebt maandverband voor in je bh nodig, want de melk besluit te pas en te onpas te gaan stromen. Sta je onder de douche, dan zie je twee blije straaltjes melk in een boogje. Vrijen doe je, als je daar al aan toe bent, voorlopig maar even met BH. En je hebt nooit vrij: als je je baby zelf geen voeding geeft, dan moet je kolven.

Waarom schrijf ik dan een artikel over borstvoeding geven? Omdat het beter wordt. Echt waar. Na die eerste weken van ongemak, wordt je productie stabiel. Je hebt geen straaltjes meer onder de douche, geen stenen meer in je borsten die je eruit moet masseren. En dan zijn die momenten met je baby heel erg fijn en bijzonder. Alleen jij kan dit doen. En dat voelt heerlijk. Als je baby ’s nachts na een drinksessie bij jou weer in slaap valt, dat is genieten.

Veel vrouwen stoppen zodra ze moeten werken. Dat betekent dat je begint met afbouwen van borstvoeding op het moment dat de borstvoeding net op gang is gekomen. Heb je het eindelijk voor elkaar, begrijpen jij en je baby eindelijk hoe het werkt en dan stop je ermee… Terwijl, en zo is mijn ervaring, het juist dan fijner wordt.

Dus terug naar de vraag:

Waarom zou je borstvoeding geven?

  • Omdat het kan. Tijdens een zwangerschap bereidt je lichaam zich voor op het geven van borstvoeding. De fabriekjes worden klaargestoomd. Waarom zou je er dan geen gebruik van maken? Waarom zou je, als je je baby zelf kunt voeden, dat door een koe of schaap laten doen? Best gek eigenlijk: we insemineren koeien, zodat ze een kalf krijgen en melk gaan geven. De kalfjes halen we weg en vervolgens tappen we de melk af, om aan onze kinderen te geven.
  • Omdat het fijn is. Het is een uniek moment dat alleen jij als moeder met je kind beleeft. Het is intiem en na de eventuele ongemakken van de eerste weken, heel fijn en relaxed. Je hebt verplichte zen momentjes.
  • Omdat moedermelk het gezondst is voor je baby: het is perfect samengesteld naar de behoeften van je kind en past zich aan naar de omstandigheden. Is het warm weer, dan wordt je melk wateriger. Als je baby net geboren is, is je melk supervet en bevat het een hogere dosis vitamine K dan de melk die daarna volgt (dit is belangrijk voor het stollen van bloed).
  • Met moedermelk voorzie je je kind continu van de beste antistoffen, het is de perfecte bescherming tegen infecties en ziektes. Als je kindje ziek is en bij jou in de buurt, maak ook jij antistoffen aan die je je kindje meegeeft via borstvoeding, je helpt het afweersysteem van je kindje sterker worden
  • Borstvoeding beschermt je kind tegen niet besmettelijke ziektes zoals astma en diabetes
  • Wiegendood komt minder vaak voor bij baby’s die borstvoeding krijgen
  • Moedermelk smaakt naar het eten dat je zelf hebt gegeten, hierdoor went je baby al aan verschillende smaken en is het wennen aan andere smaken bij vaste voeding een kleinere stap en vaker een succes
  • Je verbrandt iedere dag flink wat calorieën als je borstvoeding geeft waardoor je, tenzij je die calorieën er extra bij eet, makkelijker van je zwangerschapskilo’s afkomt
  • Je hebt het altijd bij je en het is altijd op de juiste temperatuur
  • Borstvoeding verkleint de kans op baarmoederkanker, borstkanker en postnatale depressies bij de moeder
  • Kinderen die borstvoeding hebben gekregen hebben op latere leeftijd een kleinere kans op overgewicht en obesitas
  • Kinderen die borstvoeding hebben gekregen behalen hogere resultaten bij intelligentie testen en behalen betere resultaten op school

Bron

En als je dit niet genoeg redenen vindt, kijk dan eens op de website van borstvoeding.com, ze hebben heel veel fijne informatie en een lijstje met 101 redenen om borstvoeding te geven (met wetenschappelijke onderbouwingen).

De WHO (World Health Organisation) adviseert om baby’s 6 maanden te voeden met exclusief borstvoeding. In de periode 2007-2014 werden wereldwijd slechts 36% van de baby’s 6 maanden lang exclusief gevoed met borstvoeding.

Borstvoeding geven is niet altijd leuk, ik heb ook wel eens een moment dat ik het vermoeiend vind, of even een dagje vrij zou willen hebben van ’tieteren’. Maar ik ben zo blij dat ik heb doorgezet. Ik wil mijn ervaring met andere (toekomstige) moeders delen, in de hoop dat meer vrouwen de eerste moeilijke periode overwinnen. Vrouwen spreken er niet echt met elkaar over, je kunt het kunstje niet afkijken. Gek eigenlijk he, hoe moeten we nu weten hoe het moet, als we het nergens kunnen zien? Ook lijkt er een taboe op te rusten. Borstvoeding geven in het openbaar, dat vinden veel mensen ongemakkelijk.

Ik vind het maar raar dat kunstmelk de standaard lijkt te zijn. Als borstvoedende moeder ben je de uitzondering. Terwijl het zo belangrijk is voor de gezondheid van de baby en de moeder.

Ik heb een aantal keer te horen gekregen: “Zo wat knap dat je borstvoeding geeft”. Terwijl het naar mijn idee zou moeten zijn: “Wat bijzonder, dat je geen borstvoeding geeft”.

Hier vind je je een infographic (infographic_breastfeeding) van de WHO, met een heel goed doel: het laten toenemen van het aantal vrouwen dat 6 maanden exclusief borstvoeding geeft. Het laat goed zien wat de voordelen van borstvoeding zijn en wat er moet gebeuren om dit doel te behalen.

Wil je iets anders weten of jouw ervaringen delen? Graag! Reageer dan onder deze blog.


Mijn huidige status?

In mijn vorige blog: Gezond afvallen – hoe doe ik dat?, vertelde ik hoe ik na mijn zwangerschap weer op mijn oude gewicht wil komen. Ik heb mijn einddoel opgedeeld in 5 milestones en mijn eerste milestone van 73,0 kilo heb ik inmiddels bereikt!!! In de grafriek zie je heel mooi hoe mijn gewicht schommelt maar in grote lijnen afneemt. Dat is het fijne van het bijhouden in een app. Als je ineens weer iets zwaarder bent is er niks aan de hand, je gewicht schommelt altijd. Met behulp van zo’n grafriek kun je zien of je op de goede weg bent, want de lijn volgt je gemiddelde gewicht over een periode. En die lijn: die gaat naar beneden! Het gaat niet mega snel, maar dat hoeft ook niet. Mijn volgende mijlpaal is 69,5 kilo. Het is een bijzondere mijlpaal, want dit heb ik tussen mijn twee zwangerschappen in niet gewogen. Toen ik zo’n 72 kilo was, werd ik zwanger van onze dochter.

Ik zit in een positieve flow: op kantoor sla ik steevast taart en gebak over. Laatst hadden we een meeting met kersenvlaai. Ik sloeg hem af en doe dat nu al zonder na te denken. Het wordt al een gewoonte en mijn collega’s weten ervan. Mijn tactiek bij snacks: vraag jezelf af: is het het waard om dit te eten, is het lekker genoeg? Na afloop vertelde mijn collega: “jij had zeker bepaald dat deze taart het niet waard was? Nou, dat was ie inderdaad niet, een droge bodem. Het viel tegen.” Dat voelde extra goed! Van de week was er carrot cake op kantoor en ik had honger. Ik nam een klein hapje, maar het was echt heel erg zoet. Dit hoefde ik niet. En ook dat voelde goed :-)

Overigens zijn er ook minder goede dingen die ik wel heb gegeten de afgelopen periode, hoor. Zo was er een avond dat we een afhaalpizza op de bank op hebben en heb ik een stukje taart op bij vrienden, waarvan de moeder altijd heerlijke taarten bakt. Ik koos er bewust voor, genoot ervan en voelde me niet schuldig. Zo blijft het leuk en mijn doel realistisch. Ik hoef niet alles af te slaan of me op te sluiten om mijn doel te behalen. Oja, er was ook een etentje met mijn moeder en mijn broers. We deelden een voorgerechtje met zijn vieren en het toetje sloeg ik over. En het was hartstikke lekker en gezellig!

Lees ook: Gezond afvallen – hoe doe ik dat?